“Herberg NS” wordt steeds kleiner

NS een sociaal bedrijf? Een herberg waar uitgevallen personeel altijd een nieuwe plek kan vinden? De FNV-consulenten Spoor zien steeds meer medewerkers vanuit ziekte via een zijdeur verdwijnen. FNV-bestuurder Henri Janssen gaat de zaak aankaarten. Zo mogelijk nog vóór de Kerstdagen.

Henri Janssen: ‘De plek in de herberg doet mij denken aan de Kerstgedachte.’

Het was de toenmalige directievoorzitter van NSR Jacques Huberts die het beloofde: geen enkele medewerker van het spoorbedrijf hoeft zich zorgen te maken over zijn werkzame toekomst, want er is “voor iedereen plek in de herberg”.

Zijn uitspraak paste binnen het beeld dat al sinds de beginjaren bestond van NS: een sociaal bedrijf waar je een baan voor het leven kon vinden. Zat het je even niet mee en kon je door omstandigheden jouw functie niet meer uitoefenen? Geen probleem. Er waren genoegen andere functies binnen het spoorbedrijf te vinden waar je naar kon doorstromen.

Hoe lang geleden zou Huberts die uitspraak hebben gedaan? Twaalf, dertien jaar? In ieder geval lang genoeg om te kunnen constateren dat de tijden zijn veranderd. NS en ProRail zijn bijvoorbeeld gesplitst (kleinere herberg), en door de aanbestedingen is de hoeveelheid werk in diverse productiegebieden flink afgenomen (nóg minder plek).

Maar er speelt nog iets. Door de marktwerking is NS zich steeds meer als marktpartij (lees: als commerciële onderneming) gaan gedragen. ‘Het bedrijf is niet meer zo sociaal als vroeger’, constateert machinist en FNV-consulent Spoort Erik van der Heide. ‘Wel voor iemand die een been breekt; daarvoor geldt een vaste hersteltermijn. Maar als mensen langdurig uitvallen om redenen waar NS niets mee kan, dan weet opeens niemand meer hoe daar mee moet worden omgegaan. Waardoor uiteindelijk wordt aangestuurd op afscheid. Hier in de omgeving van Hengelo kom ik dat zeker één tot twee keer per jaar tegen.’

Zakelijker

Anderen hebben soortgelijke ervaringen. ‘Ik ben het er niet mee eens dat NS niet meer zo sociaal zou zijn’, zegt Silvana Francken, dienstindeler in Roosendaal. ‘Maar het is allemaal wel veel zakelijker geworden. Ik heb bijvoorbeeld als FNV-consulent een zaak gehad rond een medewerker van NedTrain, nu Instandhouding, die geen nachtdiensten meer kon draaien. Dat leidde tot een conflict, en uiteindelijk ontslag. Die man is eind vijftig en heeft 38 jaar voor het bedrijf gewerkt. Hij was bovendien zeer bereidwillig om mee te werken aan een oplossing, maar staat nu toch buiten. Dat heeft ook op mij emotioneel gezien veel indruk gemaakt. Zo zie ik wel meer dingen waarvan ik denk: is dat nu wel nodig, of willen jullie gewoon écht niet?’

Naar de reden voor de opstelling van de werkgever kan ze slechts gissen. ‘Ik vermoed dat NS geen precedenten wil scheppen. Het personeelsbestand veroudert en er komen steeds meer medewerkers die hun oorspronkelijke werk niet meer kunnen doen. Voeger kon een uitgevallen machinist of conducteur nog gemakkelijk dienstindeler worden, bijvoorbeeld, maar nu zijn die functies er niet altijd meer. Zeker niet in een gebied als het onze, waar alles minder is geworden. Je kunt dan wel diversiteit willen, maar daar moet dan ook plek voor zijn.’

Niet veiligheidsgeschikt

Ger Franke (45) is machinist bij NS, maar staat vanwege suikerziekte nu al meer dan twee jaar langs de kant omdat hij niet meer veiligheidsgeschikt is. Onterecht, vindt hij, want de ziekte is onder controle, maar de wetgever schrijft dit nu eenmaal voor. Overigens zou hij normaliter eveneens conform de wet na twee jaar ziekte een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, maar het UWV heeft zijn ziekte-uitkering verlengd omdat NS zich onvoldoende zou hebben ingespannen voor zijn re-integratie.

Frankes verhaal doet denken aan een Kafkaiaans boek. ‘NS wordt geacht je bij te staan bij de re-integratie’, vertelt hij. ‘Het eerste spoor is terugkeren in je eigen functie of binnen het eigen bedrijf. Na een jaar volgt het tweede spoor waarbij ook buiten NS wordt gekeken. Prima, denk ik dan, maar waar kan je na twintig jaar NS nog naartoe? Je krijgt dan wel hulp van een arbeidsbemiddelingsbureau bij bijvoorbeeld het opstellen van je cv en bij het solliciteren, maar dat levert weinig op.’

Het eerste spoor dat hij liep is zo mogelijk nog verbijsterender. ‘In die periode van je re-integratie krijg je voorrang bij interne sollicitaties. Zo zag ik bijvoorbeeld een vacature voor een dienstindeler, maar daarop mocht ik niet solliciteren omdat ik nog “ziek” was! Ik moest eerst beter worden. Daarna heb ik drie of vier sollicitaties gehad waarbij me steevast werd gevraagd: wil je dit wel? Dan denk ik: ja, ik wil dit wel, maar wil jij dit ook? Wie is hier nou negatief: jij of ik?’

Momenteel volgt Franke een opleiding voor conducteur. ‘Ik loop fulltime met een mentor mee, maar volgens NS ben ik nog steeds ziek. Als ik in februari slaag, dan meldt NS me beter en word ik alsnog conducteur. Maar zak ik, dan volgt ontslag omdat ik als machinist meer dan twee jaar ziek was. NS heeft dus niets te verliezen, terwijl mijn enige optie is te slagen.’

Nu is Franke zelf ook FNV-consulent Spoor, en als zodanig heeft hij in zijn regio Den Haag het afgelopen jaar naar eigen zeggen zes tot zeven collega’s vanuit ziekte via een zijdeur zien verdwijnen. ‘Ze krijgen geld mee, dat is waar, maar dat is gewoon conform de vaststellingsovereenkomst en dus geen vetpot. Als je in de zestig bent zit kan je daarmee misschien nog net de kloof tot je pensioen overbruggen, maar mensen onder de zestig vallen echt in inkomen terug.’ Zijn conclusie: ‘De herberg die NS zegt te zijn, is een hotel geworden dat gasten met een gebrek niet toelaat.’

Strategisch personeelsbeleid

De plek in de herberg doet eerste FNV-onderhandelaar bij NS Henri Janssen denken aan de Kerstgedachte. ‘Dat is een positieve gedachte’, zegt hij, ‘en dus moeten we ook hier een positieve draai aan geven. Daarom wil ik op zoek naar een oplossing. We hebben het over duurzame inzetbaarheid van NS-personeel. Een onderwerp waar NS de mond vol van heeft. Nou, zeg ik dan, doe er dan ook iets mee! NS is een grote werkgever met een brede diversiteit aan functies. Als het ergens mogelijk moet zijn om personeel intern elders onder te brengen, dan is het wel bij NS. Daar is wel strategisch personeelsbeleid voor nodig. Niet alleen bij re-integratietrajecten, maar het liefst ook al eerder, zodat we situaties zoals onze FNV-consulenten die beschrijven kunnen voorkomen. Het kan niet zo zijn dat er op één plek tien mensen uit moeten terwijl er elders tien worden gezocht. Die verantwoordelijkheid hoort niet versnipperd bij individuele leidinggevenden te liggen, maar op een hoger niveau. Gebeurt dat laatste, dan is dit probleem volgens mij opgelost. Dit heb ik overigens al meerdere keren met NS gedeeld en zal dit nogmaals, liefst nog vóór de Kerst, bij de NS-directie aankaarten.’