Roos Rahimi nieuwe spoorbestuurder

Roos op de spoorbijeenkomst rond het pensioenakkoord, samen met collega-bestuurder Henri Janssen en FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga (op de rug gezien)

Toen ze haar moeder vertelde dat ze bij een vakbond ging werken, schrok die zich bijna dood: ‘Kind, straks beland je nog in de gevangenis.’

Er is een verschil tussen de vakbonden in Iran, het geboorteland van Roos Rahimi, en die in Nederland. ‘In Iran is vakbondswerk heel politiek geladen’, vertelt ze. ‘Vandaar de schrikreactie van mijn moeder. In Nederland is dat heel anders, al had ik aanvankelijk een verkeerd beeld. Ik kon me niet voorstellen dat er hier mensen zijn die onderdrukt worden door hun werkgever, die zich ongelukkig laten maken door hun werk en die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Hoe hard de vakbond ook hier in Nederland nodig is, realiseer ik me pas sinds ik dit werk doe.’


Rahimi was twaalf jaar toen ze in 1990 met haar moeder, broertje en zusje naar Nederland kwam. ‘Geen gemakkelijke leeftijd, en al helemaal niet als je de taal niet spreekt. Bovendien eiste mijn moeder dat we zouden gaan studeren, dus ik moest binnen anderhalf jaar op vwo-niveau zien te komen. Pittig, maar het is gelukt.’

Omdat ze de politiek in wilde, volgde ze op de universiteit de propedeuse geschiedenis en aansluitend de studie Midden Oosten Studies. Maar al tijdens en na haar studie belandde ze in diverse commerciële banen. ‘Mijn politieke ambities heb ik toen maar laten varen.’

Toen haar partner bij het CNV ging werken, kwam ook bij Rahimi de vakbond bovendrijven. ‘Eigenlijk uit het niets, want ik had niet veel met vakbonden. Maar opeens zag ik de raakvlakken met de politiek: onderhandelen, emanciperen, mensen weerbaar en wendbaar maken, dat soort zaken. Toen heb ik gesolliciteerd en kwam terecht bij CNV Dienstenbond.’

Ze leerde het vak in de praktijk, want een bestuurdersklasje had het CNV niet. ‘Dat was niet ideaal, maar ik heb me er doorheen gebluft.’


Inmiddels is ze gepokt en gemazeld in het vakbondswerk, én heeft ze de overstap gemaakt naar de FNV. ‘Ik wilde terug naar de kern van het vakbondswerk: bewegen vanuit een principe. Dat zie ik bij de FNV veel meer.’

Van het vakbondswerk zelf vindt ze dat je er een passie voor moet hebben. ‘Het is geen zwaar beroep, maar je moet mentaal wel sterk in je schoenen staan. En de erkenning moet je bij jezelf halen, want je kan het nooit helemaal goed doen. Het kan namelijk altijd meer en beter. Dus tel je eigen zegeningen, want anders sneuvel je.’