Onbekend spoor


Coördinator gedenkmonumenten

Op, om en aan het spoor werken veel meer mensen dan we denken, en velen van hen bekleden functies waarvan we het bestaan vaak niet eens vermoeden. FNV Spoor haalt onbekende spoorfuncties uit de anonimiteit. Aflevering 6: Frits Kierkels (60), werkzaam bij ProRail als incidentenbestrijder en landelijke coördinator gedenkmonumenten.

‘Ik werk ruim 41 jaar bij het spoor. Bij NS was ik zo’n 5 jaar rangeerder en 25 jaar hoofdconducteur. Nu werk ik alweer 12 jaar bij ProRail als incidentenbestrijder/boa en landelijk coördinator gedenkmonumenten langs het spoor.

Over mijn functie als incidentenbestrijder kan ik kort zijn: opruimen na een aanrijding. De nevenfunctie van landelijk coördinator gedenkmonumenten is spontaan ontstaan. Dat was in 2014 nadat een machinist had aangegeven dat een door nabestaanden ingericht moment na een aanrijding hem zo pijnlijk herinnerde aan dat moment. Hij reed namelijk die trein. Mijn eerste reactie was dan ook: opruimen die handel! Maar een paar dagen later stond dat monument er weer. Familie, vrienden; ze hielden ‘m hardnekkig in stand. Pas na drie opgeruimde en steeds weer opnieuw opgerichte monumenten dacht ik: o jee, spijt, dit kan ik niet maken!

Zo is mijn onofficiële functie van landelijke coördinator gedenkmonumenten ontstaan. Let wel: ik heb het hier alleen over monumenten die langs de baan en in het zicht van de machinist staan. Samen met NS Nazorg heb ik inmiddels al vijftien jaar contact met de nabestaanden. We zoeken ze op, laten ze hun verhaal doen en tonen alle begrip. Maar we vragen ook aandacht voor de positie van de machinist. Ja, dat zijn pijnlijke gesprekken. Voor iedereen. Maar we komen er doorgaans goed uit.

Ik stel altijd voor om het gedenkmonument op te ruimen. Dat is ook het uiteindelijke doel. Maar dat doen we niet zomaar. We doen dit bij voorkeur samen met de familie en vrienden, waarbij ik “mijn eigen steentje bijdraag”. Gezamenlijk bezoeken we dan de plek van de aanrijding. Ik ben de enige met de bevoegdheid om in de baan te lopen, dus de familie en vrienden kijken van een afstandje toe. Dan loop ik naar de betreffende plek, pak daar een paar steentjes of andere dingetjes mee, betoon eer, en loop weer terug. Met de door mij meegebrachte materialen kunnen de mensen dan thuis hun eigen privé -gedenkmonument inrichten. In 99 procent van de gevallen werkt dit goed en is de kwestie daarmee afgedaan.

Mijn werkgever faciliteert mij in deze functie. Maar ik heb geen flauw idee of er voor mij een opvolger wordt aangesteld wanneer ik met pensioen ga. Zoals ik al zei: het is een onofficiële functie.’