‘Sterke sectoren zoals spoor hard nodig voor goede pensioenafspraken’

Met het pensioenakkoord zijn we er nog niet, zegt Tuur Elzinga. ‘Dit is slechts stap 1. Nu komt het aan op stap 2: het pensioenstelsel eerlijker maken met aanvullende afspraken in de cao’s. Daarvoor hebben we sterke sectoren nodig, zoals het spoor.’

FNV-vicevoorzitter en pensioenonderhandelaar Tuur Elzinga

Meer dan 75 procent van de FNV-leden heeft gestemd vóór het pensioenakkoord. ‘Een duidelijke uitslag’, oordeelt FNV-vicevoorzitter en pensioenonderhandelaar Tuur Elzinga. ‘Dit betekent dat de AOW-leeftijd twee jaar lang wordt bevroren op 66 jaar en 4 maanden en dat de stijging in de jaren daarna langzamer verloopt dan aanvankelijk gepland was. Dat is een mooie uitkomst en leuk voor de gemiddelde mens. Alleen: we zijn niet allemaal gemiddeld. Dus is het nu zaak dat we het pensioenstelsel voor het individu eerlijker gaan maken, zonder de collectiviteit en de voordelen daarvan te verliezen.’

Dit laatste is een van de belangrijkste boodschappen die Elzinga zijn achterban voorhoudt tijdens zijn rondgang door het land om te praten over het pensioenakkoord. Pikant detail: uitgerekend in de sectoren die zich het hardst hebben ingezet voor het bereiken van zo’n akkoord blijkt de weerstand tegen de uitkomsten verhoudingsgewijs het grootst. Denk aan de metaal, de havens, de schoonmaak, het stads- en streekvervoer en niet te vergeten het spoor. Daarom bezoek hij vooral deze sectoren met een hoge organisatiegraad en veel actieve vakbondsleden voor het geven van nadere tekst en uitleg.

Nog wat uit te leggen

Elzinga begrijpt de teleurstelling bij leden en kaderleden uit deze sectoren. ‘Ze hebben gestaakt voor een goed resultaat en waren bereid daar langer mee door te gaan. Vandaar hun kleinere compromisbereidheid. Omdat het sterke sectoren zijn, denken ze dat er meer te halen zou zijn geweest. Wij denken echter van niet, maar dat moeten we dan ook wel uitleggen. Dat is wat we nu dus doen. Zo heb ik onlangs op het hoofdkantoor van de FNV in Utrecht overlegd met leden van FNV Spoor. De metaal is binnenkort aan de beurt, en het streekvervoer volgt kort na de zomer.’

De strekking van het verhaal dat hij zijn achterban voorhoudt is als volgt: ‘We zouden een heel andere, veel sterkere positie hebben gehad als alle sectoren hadden meegedaan en het hele land hadden platgegooid. Maar dat was niet het geval, simpelweg omdat we als bond niet overal even sterk vertegenwoordigd zijn. Gelukkig zijn we wel sterk in het openbaar vervoer en hebben met name de massale bus- en treinstakingen veel impact gehad op de gang van zaken aan de onderhandelingstafel. Maar gezien het belang van het ov had de rechter verdere stakingen daarna ook zomaar kunnen verbieden. En dan sta je met lege handen. Zeker als andere sectoren het stokje niet kunnen overnemen. Bovendien waren de uitkomsten die we nu hebben op dat moment het maximaal haalbare. Dus hebben we eieren voor ons geld gekozen.’

Eerlijker maken

De volgende stap is nu zoals Elzinga al aangaf het eerlijker maken van het pensioenstelsel voor het individu. ‘Ik hoor weleens zeggen dat we het beste pensioenstelsel ter wereld hebben, dus waarom zouden we dat veranderen? Dan zeg ik: ja we hebben een hartstikke goed stelsel met zeer goede rendementen, maar al decennia zijn onze pensioenfondsen niet in staat dat geld via indexatie naar de deelnemers en gepensioneerden te brengen. Het geld stapelt zich op de planken van de fondsen op. Wij willen dat het geld weer bij de mensen terecht komt.’

‘De twee jaar bevriezing van de AOW-leeftijd geeft rust aan het pensioenfront en biedt ruimte voor aanvullende oplossingen’, vindt hij. ‘Zo komt er een onderzoek naar de vraag of iedereen na 45 dienstjaren niet gewoon met pensioen moet kunnen. Ik geef toe: een onderzoek biedt nog geen garantie, dus ik sluit niet uit dat we hierover nog flink moeten armpje drukken met overheid.’In afwachting van een besluit over de 45 dienstjaren kan er al direct begonnen worden met de vormgeving van een vroegpensioen voor werknemers met zwaar werk. Elzinga: ‘Over het precieze hoe en wat moeten we dan wel afspraken maken in de verschillende cao’s. Sommige leden zijn hier boos over – zij hadden liever generieke afspraken gezien – maar zij vergeten dat het schrappen van de boete op eerder stoppen met werken óók onderdeel van onze inzet was. De boete verdwijnt weliswaar niet helemaal, maar we kunnen nu wel in cao’s afspreken dat de werkgever voor mensen met zwaar werk drie jaar eerder een bedrag ter grote van een netto AOW gaat betalen. Daarmee is voor deze mensen dus feitelijk de AOW-leeftijd drie jaar eerder. Hiermee kunnen we nu eindelijk in de eigen sector, met de werknemers die het daadwerkelijk aangaat, zelf afspreken wat een zwaar beroep is. Vergeet niet dat overheid jaren heeft geworsteld met een generieke oplossing voor de zware beroepen, zonder dat er ook maar één stap voorwaarts is gezet.’

Kracht en solidariteit

Terug naar de sterke sectoren, waar Elzinga ondanks hun kritiek toch op steunt. ‘Het zou goed zijn als zij als eerste goede afspraken in hun cao zouden maken’, vindt hij. ‘Juist omdat het sterke sectoren zijn en dus de meeste kans op succes hebben. Dat kan dan dienen als voorbeeld voor andere sectoren. Bovendien verdienen zij voor hun acties als eerste resultaat.’

Die cao-afspraken kunnen over meer gaan dan de zware beroepen en het eerder kunnen stoppen met werken. ‘Denk bijvoorbeeld aan een generatiepactregeling als aanvulling op wat we nu in de spoor-cao’s kennen, zodat werknemers op latere leeftijd minder kunnen gaan werken en daarmee tegelijkertijd plaats maken voor jonge nieuwkomers.’

En wat zegt Elzinga tegen werknemers in sectoren met een minder grote organisatiegraad en daardoor met minder kans op mooie cao-afspraken? ‘Dat ook het pensioen een onderdeel van de arbeidsvoorwaarden is, en dus ook de moeite waard is om voor te knokken. Je krijgt het allemaal niet voor niets. Daarom is een sterke bond belangrijk. Maar ik vind ook dat we als FNV de plicht hebben om elkaar te helpen. Dat kunnen we doen door als bond extra consulenten, bestuurders, of organisers in te zetten, maar ook door als sterke sectoren de minder sterke te helpen. Uiteraard door eerst in je eigen sector goede afspraken te maken die dan als voorbeeld voor ander sectoren kunnen geleden. Maar denk ook aan kaderleden die komen flyeren of anderszins de handen uitsteken, of in het uiterste geval aan solidariteitsstakingen. Kracht en solidariteit, daar draait het nog altijd om bij goed vakbondswerk.’