Trots

Trots. Dit ene woord omschrijft precies het gevoel dat blijft hangen na onze stakingsacties voor een goed pensioen. Trots dat we dit samen hebben gedaan. Trots op jou en je collega’s. Trots op de samenwerking met de andere bonden. Samen staan we vele malen sterker.

Mede dankzij onze acties – daar ben ik van overtuigd - ligt er nu een pensioenakkoord. Maar op dat akkoord zijn niet alle spoormedewerkers even trots.

Sterker nog: hoewel ruim driekwart van de FNV-leden met dit akkoord heeft ingestemd, blijkt de weerstand hiertegen het grootst in de sectoren waar er het stevigst actie voor is gevoerd: het spoor, het stads- en streekvervoer, de havens, de metaal en de schoonmaak.

Ik snap dit. Actievoerende sectoren zijn doorgaans sterke sectoren. De werknemers zijn goed georganiseerd, voelen hun macht en denken: kom maar op! Die actiebereidheid heeft het nodige opgeleverd; zie het akkoord. Maar vergeet ook niet: dat akkoord is een compromis, en een compromis betekent altijd geven en nemen.

Laten we ons niet verliezen in discussies over vorm en inhoud, en vooral focussen op het resultaat: wat is er wel bereikt en wat niet, en waar moeten we nog aandacht aan besteden? Verhelderend in dit verband was de komst van FNV-vicevoorzitter en pensioenonderhandelaar Tuur Elzinga naar een bijeenkomst met een flinke groep FNV Spoor-leden voor het geven van nadere tekst en uitleg. Zijn boodschap was dat inderdaad niet alle vakbondswensen zijn ingewilligd, maar dat we wel het hoogst haalbare hebben bereikt. Lees daarom vooral het interview met hem verderop in dit e-magazine.

Elzinga heeft echter ook een zo mogelijk nog belangrijkere boodschap. Namelijk dat het pensioenakkoord zelf weliswaar stap 1 was, maar dat we nu hard moeten werken aan stap 2: het uitwerken van nadere pensioenafspraken in de verschillende cao’s. Denk aan drie jaar kunnen eerder stoppen met werken voor mensen in een zwaar beroep. En daarvan hebben we er bij er spoor nogal wat.

Elzinga geeft aan dat hij opnieuw vooral sterke sectoren zoals FNV Spoor nodig heeft om tot dergelijke afspraken te kunnen komen. Als voorbeeld voor andere sectoren. Mijn collega-spoorbestuurders en ik pakken deze handschoen graag op. Ik persoonlijk zal nóg trotser zijn dan ik al ben, wanneer we straks sluitende afspraken hebben gemaakt over zware spoorberoepen bij de spoorbedrijven en “de vut” weer in de cao’s hebben kunnen fietsen. Want een fatsoenlijke oude dag voor de spoormedewerkers was toch onze inzet. Kortom: we staan voor nieuwe uitdagingen.


Henri Janssen,

bestuurder FNV Spoor