Cao-Multimodaal nog niet ideaal

De vakbonden en de werkgevers hebben een akkoord bereikt over een nieuwe eenjarige cao-Multimodaal. Nog altijd niet helemaal ideaal, maar het eindbod van de werkgevers was ‘te goed om af te wijzen’.

De subsectorraad Multimodaal van de FNV heeft de uitkomsten van het cao-overleg neutraal aan de leden voorgelegd. Maar wel met een licht positieve kanttekening. Met andere woorden: het is niet helemaal waar we op hadden gehoopt, maar toch te mooi om af te wijzen.

Zo dachten de leden er uiteindelijk ook over en aldus werd de nieuwe eenjarige cao-Multimodaal aangenomen. De uitkomsten: met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar 3 procent meer loon erbij; 3 procent hogere toeslagen; een 20 procent (!) hogere blokvergoeding voor gebroken diensten; reiskostenvergoeding vanaf de eerste vijf in plaats van de eerste tien kilometer (voor diensten die aanvangen voor of eindigen nadat er ov beschikbaar is); werkgelegenheidsgarantie bij een concessieovername; én aanpak van de werkdruk met behulp van een generatiepact en een leeftijdsbewuste en ergonomische planning van de diensten.

Spoor en bus

Onder het Nederlandse multimodale vervoer vallen meer dan 1.100 werknemers die op het regionale spoor rijden, al dan niet in combinatie met busvervoer. Dat gebeurt vooral aan de grenzen van het land, te weten Limburg, de Achterhoek, Twente en Noord-Nederland. Het betreft z’n dan 800 medewerkers van Arriva, 120 van Keolis en sinds enkele maanden ruim 250 van Qbuzz dat bij een recente concessiewisseling in het DAV-gebied (Drechtsteden, Alblasserwaard, Vijfheerenlanden) de diensten van Arriva heeft overgenomen.

‘Het eindbod van de werkgevers was een van de beste van de laatste jaren en te goed om af te wijzen’, oordeelt FNV-kaderlid Dennis Schouten, voormalig treinmachinist en sinds enkele maanden vakinhoudelijk leidinggevende bij Keolis.

Als werknemerssecretaris aan FNV-zijde heeft hij de cao-onderhandelingen van nabij meegemaakt. ‘De eerste biedingen van de werkgevers waren beschamend’, vertelt hij. ‘Maar dankzij een duidelijk en eensgezind standpunt van de bonden gezamenlijk – “Kom met een goed eindbod of we halen de draaiboeken voor acties uit kast!” – gingen ze uiteindelijk toch overstag en kwamen ze met wat er nu ligt. Onderhandelen is een kwestie van geven en nemen en dit is waar wij als onderhandelingsdelegatie uiteindelijk voorzichtig ja tegen gezegd hebben. En mijn mede-FNV-leden nu dus ook.’

Gelijk speelveld

De machinisten die onder de cao-Multimodaal vallen, lopen in inkomen zeker 10 procent achter op hun collega’s bij NS. De bond wil deze loonkloof dichten om concurrentie op arbeidsvoorwaarden op het spoor tegen te gaan. In de aanloop hier naartoe heeft de bond twee jaar geleden al een extra afspraak gemaakt over een machinistenvergoeding per dienst van in het eerste jaar 3 euro, het tweede jaar 6 euro, en het derde jaar 9 euro, om zo het loongat tussen NS en de regionale vervoerders te verkleinen.

Gelijk loon voor gelijk werk, zo luidt het motto. Want niet voor niets stappen nog altijd multimodaal-machinisten over naar NS zodra ze even kunnen. Hierdoor ontstaat een personeelsgebrek en dreigen treinen stil te komen staan. In het noorden heeft dit er toe geleid dat machinisten zijn ingezet die in een sneltreinvaart hun materieel- en wegbekendheidopleiding hebben doorlopen en vervolgens met relatief weinig ervaring op de trein zijn geplaatst.

De cao-Multimodaal is al met al een wat vreemde eend in de bijt. Hij is ooit opgesteld in de verwachting dat de totale ov-sector naar één cao zou toegroeien. Dat was toen busvervoerders ook regionale spoorlijnen gingen rijden, en buschauffeurs tevens zouden gaan functioneren als treinmachinisten. Echt goed is die constructie nooit uit de verf gekomen, waardoor de cao-Multimodaal een ondergeschikte rol is blijven spelen.

‘Maar de cao wordt gebruikt’, zegt FNV-bestuurder Brigitta Paas. ‘Arriva bijvoorbeeld schrijft bij regionale vervoersconcessies altijd in met de cao-Multimodaal, waardoor ook buschauffeurs hier onder vallen. Voor hen zijn de arbeidsvoorwaarden in de cao-Multimodaal niet slechter dan die in de cao voor het streekvervoer, maar het pensioenfonds is goedkoper waardoor ook de totale kosten voor de werkgever goedkoper worden. We kunnen daarom maar beter stoppen met deze onzin. Laat de buschauffeurs onder de cao-Streekvervoer vallen en de treinmachinisten onder de cao-Spoor. De werkgevers weigeren dit, omdat ze van beide het beste willen. En dan bedoel ik: datgene wat hen het beste uitkomt. Ze willen kunnen kiezen. Wordt de cao-Streekvervoer goedkoper, dan nemen ze die. Gebeurt dat niet, dan hebben ze nog altijd de cao-Multimodaal. Maar daar gaan we niet aan meewerken. We willen zoals gezegd een gelijk speelveld.’