FNV ontmoet Zuid-Afrikaanse spoorbond

Alle FNV-sectoren besteden aandacht aan internationaal vakbondswerk. Zo ontving FNV Spoor onlangs een delegatie van de Zuid-Afrikaanse vakcentrale UNTU.

Het ontvangstcomité van FNV Spoor bestond uit Silvana Francken en Joris Polman, respectievelijk planner en machinist bij NSR, en David Leijenhorst en Roy Derksen van der Ven, beiden trajectcontrollers bij DB Cargo. Zij gingen in gesprek met de voorzitter van de Zuid-Afrikaanse transportvakbond UNTU. Dat werd een leerzaam gebeuren.

UNTU is lid van Fedusa, met 730.000 de tweede vakcentrale van Zuid Afrika (na Cosatu met twee miljoen leden). UNTU zelf heeft nu 37.000 leden, een verdubbeling ten opzichte van een paar jaar geleden. Deze groei heeft vooral plaats kunnen vinden dankzij radicale veranderingen van de bond in de benadering van werknemers. Hierdoor is UNTU nu ook diverser: bij de voorheen vooral ‘witte’ vakbond, is nu 75 procent van de leden ‘zwart’.

Voor de UNTU is het overigens makkelijker leden te werven dan voor FNV Spoor omdat elke werknemer in Zuid-Afrika sowieso betaalt voor het tot stand komen van een cao. Ze betalen ofwel vakbondscontributie, ofwel ‘agencies fees’. Dit laatste wordt door de werkgever ingehouden op het loon en is een iets hoger bedrag dan de vakbondscontributie. Daarvoor krijgt de werknemer verder niets terug, terwijl een vakbondslid juist ook andere voordelen geniet. Dus waarom zou je meer betalen voor minder service?

De Zuid-Afrikanen hadden nog enkele tips voor FNV Spoor om leden te vinden én te binden: altijd doorgaan op de oude manier levert niet altijd vernieuwing in je ledenbestand op; breng het leiderschap naar de werkvloer (hoeveel leden hebben hun vakbondsvoorzitter wel eens ontmoet?); betreedt als vakbondsbestuurder echt de werkvloer en kijk de mensen in de ogen; ontmoet de leden ook op informele wijze; en benader als vakbond elke nieuwe werknemer in een bedrijf al meteen op de eerste of de tweede werkdag.

Ook bespraken de vakbondsdelegaties het dilemma rond het gebruik van cannabis en de invloed daarvan op medewerkers in de operatie, zoals machinisten en treindienstleiders. In Zuid Afrika is het gebruik van cannabis onlangs gelegaliseerd. Toch kan het gebruik ervan nog wel gevolgen hebben voor spoorpersoneel. Een soortgelijke situatie speelt in Nederland. Een machinist of conducteur die tijdens zijn vakantie een joint rookt – wat gedoogd wordt – en die na een

week weer op het werk verschijnt, is niet meer onder invloed en voldoet wat dat betreft aan de zero tolerance. Wanneer deze persoon echter wordt getest, dan kunnen er nog wel zomaar resten van cannabisgebruik aangetroffen worden gevonden in het bloed. Het is de vraag hoe hiermee om te gaan, zowel in Nederland als in Zuid-Afrika. Tussen de bonden uit beide landen is het in ieder geval al een gespreksonderwerp.