Leden en bestuurders FNV Spoor ontmoeten collega’s Britse bond

Leren van internationaal vakbondswerk

Internationaal vakbondswerk, wat levert dat nou op? ‘Een wereld aan informatie en de wetenschap dat we in Europa met veel vergelijkbare spoorvraagstukken worstelen. Het is niet meer dan logisch om daarin samen op te trekken.’

NS-machinist Jan-Willem Koopman wist niet wat hij moest verwachten van de uitnodiging van FNV Spoorbestuurder Christa Burger om in Amsterdam een delegatie van de Britse machinistenvakbond ASLEF te ontmoeten. De bijeenkomst kwam uit de koker van FNV-kaderlid Fred van Oort, die zich bij zijn werkgever DB Cargo actief inzet binnen de Nederlandse en Europese medezeggenschap, en bij de bond voor Europees vakbondswerk. Van Oort had een mailtje ontvangen van Simon Weller, een ASLEF-bestuurder en contact uit zijn persoonlijke vakbondsnetwerk. “Would it be possible to meet up with activists from Dutch rail unions?, luidde diens vraag. “Particularly train drivers. It would be useful to discuss the joint challenges we face with the ongoing deregulation and fragmentation of the rail industry.” Weller droeg hiermee een ook binnen het Nederlandse spoor breed levend gesprekonderwerp aan.

‘Met marktwerking en automatisering zijn ze in Engeland verder dan wij’

De delegaties van FNV Spoor en ASLEF met elkaar in gesprek in Amsterdam

Wat opgeleverd?

‘Wat heeft deze ontmoeting mij uiteindelijk opgeleverd?’, herhaalt Koopman de vraag. ‘Een wereld aan informatie en de wetenschap dat we in Europa met veel vergelijkbare spoorvraagstukken worstelen. Marktwerking bijvoorbeeld. En automatisering. Op beide vlakken zijn ze in Engeland verder dan hier, dus is het voor ons interessant om te zien hoe ze deze vraagstukken daar hebben opgepakt.’

Ook de Rotterdamse combifunctionaris hoofdconducteur / procesleider perron bij NSR Peter den Haan – tevens lid van het FNV Ledenparlement namens de sector spoor – was bij de ontmoeting aanwezig. ‘Engeland is nog altijd een klassenmaatschappij’, zegt hij. ‘In ieder geval meer dan Nederland. Je merkt bij zo’n delegatie van ASLEF dan ook heel sterk een houding van: “Wij zijn de arbeidersklasse en daarbinnen moeten we voor elkaar zorgen”. Daarbij zoeken ze geestverwanten zoals wij van de FNV. Ik ben het overigens roerend met hen eens. Als je ziet met welke gedeelde vraagstukken we leven, is het niet meer dan logisch om samen op te trekken, ervaringen te delen en van elkaar te leren.’

Positie beschermen

Meedoen en meepraten met als doel om de positie van de werknemers te beschermen, daar draait het in de kern om bij internationaal vakbondswerk, menen zowel Koopman als Den Haan. Waarbij deze laatste aantekent: ‘Wie niet pro-actief meepraat, heeft ook geen positie in het debat en ziet af van invloed hebben. Hetgeen overigens niet betekent dat we ontwikkelingen kunnen of willen tegenhouden. Dat gaat ons toch niet lukken. Maar we willen ook niet dat er dingen gaan gebeuren zonder dat wij daarbij betrokken zijn geweest. Aan de voorkant is het nu eenmaal makkelijker sturen dan aan de achterkant.’

Voor Koopman was de bijeenkomst een regelrechte eye-opener. Dat smaakt hem naar meer. ‘Ik hoop niet dat dit iets eenmaligs voor mij is geweest. Ik heb zo ontzettend veel gehoord en geleerd, dat pakt niemand mij af. Sterker: hier wil ik mee doorgaan. Omdat het zo leerzaam is en omdat je er ook concreet mee uit de voeten kunt. Dus wat ga ik nu doen? Ik ga me oriënteren op het internationaal vakbondswerk van de FNV. Mochten er nog mensen gezocht worden, dan komt dat mooi uit.’