1 Mei: dag van vreugde en strijd

We kennen 1 mei allemaal als de Dag van de Arbeid. Maar waar komt dat eigenlijk vandaan?

Een korte geschiedenisles.

‘De eerste internationale 1 mei-manifestatie vond plaats in 1890’, vertelt historicus Sjaak van der Velden. ‘Maar het besluit om dit te gaan doen viel een jaar eerder, in 1889, toen socialisten uit diverse landen in Parijs bijeen waren om de toen honderd jaar oude Franse revolutie te herdenken. Daar hebben ze toen ook de internationale socialistische beweging opgericht.’

‘De allereerste 1 mei-viering stond in het teken van acties voor de invoering van een achturige werkdag’, vervolgt hij. ‘Wat veel mensen niet weten is dat hier in de VS al langer voor gestreden werd. Op een heel Amerikaanse manier, met demonstraties, stakingen en schietpartijen. Daarna werd het de bedoeling dat 1 mei “een dag van vreugde en van strijd” zou worden. Vreugde in de vorm van een terugblik op wat allemaal al was bereikt, en strijd voor zaken die nog gerealiseerd moesten worden. Zoals de FNV nu feitelijk nog steeds doet.’

In het offensief

1 Mei is inderdaad meer dan het feestelijk vieren van de Dag van de Arbeid, vertelt Zakaria Boufangacha, lid van het dagelijks bestuur van de FNV. ‘De dag biedt een mooi podium om zichtbaar te zijn en het belang van jezelf organiseren te benadrukken. Want er is echt wel wat aan de hand in ons land. Zelfs rechtse instituten roepen inmiddels dat het flexwerken uit de hand is gelopen en dat de lonen omhoog moeten. De boel is doorgeslagen. Werkenden zijn een verdienmodel geworden. Vroeger gingen bedrijven de concurrentie aan op basis van kwaliteit en innovatie. Nu doen ze dat op arbeidsvoorwaarden en creëren daarmee een race naar beneden. Dat is zeer zorgwekkend.’

‘De tijd is voorbij dat we ons als bond concentreren op het tegenhouden van verslechteringen. We zijn uit het defensief gestapt in het offensief. Analyseren wat er leeft onder de mensen, wat de oorzaken zijn, hen daarop organiseren en activeren… Neem de werkdruk.

Zakaria Boufangacha

Die heeft meestal te maken met de bezuinigingsdrift bij werkgevers om mee te kunnen met de concurrentie of voor winstmaximalisatie. We moeten ons niet alleen richten op het beperken van de gevolgen, maar ook en vooral op het aanpakken van de oorzaken. En daar alle partijen bij betrekken en tegenkracht bieden. Richting werkgevers, maar óók richting de politiek, de beleidsbepalers.’