INTERVIEW

Kaderleden denken mee over actievormen

De marktwerking op het spoor moet hoe dan ook gekeerd worden, vindt FNV Spoor. Maar hoe? Vier kaderleden van FNV Spoor doen suggesties.

‘Als we de politiek niet met argumenten kunnen overtuigen, dan moeten we ons gelijk maar afdwingen’, zegt FNV Spoor-bestuurder Henri Janssen elders in dit magazine over het tegengaan van de marktwerking (zie pagina 3). Alle mogelijke actievormen staan wat hem betreft open. Hij doet daarom een oproep aan zijn achterban: ‘Heb je suggesties voor actievormen? Meld je dan!’

We hebben alvast het voortouw genomen en vier kaderleden gevraagd welk wapen zij zouden inzetten in de strijd tegen marktwerking. Hieronder volgen hun reacties.

Guus Dols

Guus Dols is walcoördinator in Maastricht. Hij is het helemaal eens met Janssen en noemt de marktwerking een aanfluiting. ‘Er wordt gemeten met twee maten’, zegt hij. ‘Ik wind me er al jaren over op. NS moet van alles: BOA’s, EHBO’ers, noem maar op. Arriva hoeft niks en doet niks. Heeft niet eens een walorganisatie, maar lift mee op NS.’

Wat te doen? ‘Er was een tijd dat we met praten nog iets konden bereiken. Nu kan zelfs dat niet meer. Dus moet het maar op een andere manier. Daarom wil ik samen met de bond in gesprek komen met politici. Die moeten maar eens van een eenvoudige jongen zoals ik, die met beide poten in de klei staat, horen hoe het werkelijk is. Daarbij moeten we elkaar in de ogen kunnen kijken. En omdat ze uit Den Haag niet naar ons komen, moeten wij naar hen toe.’

Een ander idee van Dols is ‘een uitlegcampagne’ in de regionale pers. ‘Wat betekent het voor een regio wanneer de werkzekerheidsgarantie na 2025 verdwijnt? Hoe blij moeten we zijn met het “visgraatmodel” waarbij er straks nog slechts eens in de twee uur een busje rijdt door het buitengebied? Dit alles heeft gevolgen voor burgers en reizigers, dus die moeten we er ook bij betrekken.’

‘Het ultieme middel is natuurlijk staken, besluit Dols. ‘Dat is een middel van voor de oorlog, maar als het moet, dan moet het.’

Alita Zoer

Bijstuurder en binnen FNV Spoor voorzitter van de divisieraad NSR Alita Zoer snapt de strijdlust van Janssen heel goed. Bij haar kriebelt het ook. ‘Ik denk dat we in Nederland veel te afwachtend zijn. In Frankrijk en België gaan de mensen veel gemakkelijker de straat op. Wij willen ook wel van alles, maar we willen er niets voor doen. Nou, ik denk daar anders over.’

Lobbyen in Den Haag is volgens Zoer een van de beste opties voor het eerste moment. ‘Duidelijk maken wat de consequenties van marktwerking zijn. Politici bij de horens pakken en ze inzicht geven in hoe het uitpakt. In één op één-gesprekken. Maar ook de publieke opinie moeten we beïnvloeden. De mensen weten al hoe dramatisch de marktwerking in de zorg is uitgepakt. Maar ik vraag me af of ze weten wat het doet met het openbaar vervoer. En dat zij hier zelf ook de dupe van zijn.’

Het is wel handig dat ze lid is van de FNV, meent Zoer. ‘Van NS mag ik niet met de pers over het bedrijf praten. Als FNV-lid wel, namelijk namens de FNV. Dus ik kan goed meedraaien in een eventuele mediacampagne.’

Meld je! Wil jij ook strijden tegen de marktwerking en heb je suggesties voor actievormen? Stuur dan een mailbericht naar ellie.vervoort@fnv.nl en vertel ons wat jij graag zou willen doen.

Ostar van den Berg

Ostar van den Berg is voorzitter van het FNV-bedrijfsafdelingsbestuur van Arriva Limburg en nauw betrokken bij de bus- en treinoperatie. Hij doet diverse suggesties voor actiemiddelen waarmee de marktwerking kan worden bestreden. Een zwartboek opstellen, de publieke opinie en de politiek beïnvloeden door middel van strategische allianties met adviesbureaus en/of reizigersorganisaties, en een rechtstreekse politieke lobby in Den Haag én bij de provincies.

‘Een gelijk speelveld voor alle partijen is uiterst belangrijk’, vindt hij. ‘Maar dat is er niet. Rijk en provincies stellen wel voorwaarden, maar de provincies handhaven nauwelijks. Terwijl het Rijk er bij NS wel bovenop zit.’

Hij kan zich goed vinden in het lijstje met bedreigingen voor het spoorpersoneel dat Janssen opsomt. ‘We moeten er bovenop zitten’, zegt hij, ‘anders staan we straks met lege handen. Dit is dan ook voor mij de reden geweest om zelf politiek actief te worden. Om zaken te kunnen beïnvloeden. Ik zit nu in de gemeentepolitiek, maar stroom het liefst door naar de provincie. Daar heb je meer invloed wat betreft het openbaar vervoer. Den Haag of Brussel zou helemaal mooi zijn, maar zo ver durf ik niet vooruit te kijken. Ik doe wat binnen mijn vermogen ligt, maar sluit ook niets uit.’

Michel van Rijnberk

‘Faliekant tegen marktwerking’ is Michel van Rijnberk, machinist in Enschede. ‘Ik vind dat we nú in actie moeten komen. Marktwerking heeft overal tot puinhopen geleid. Als we hier verder mee doorgaan, gaat dat ten kosten van de veiligheid van de passagiers en het personeel. Kijk bijvoorbeeld naar de machinistenopleidingen bij de regionale spoorlijnen. Vier maanden, tegenover anderhalf jaar bij NSR. Het aantal roodseinpassages door Keolis is in onze regio dramatisch. Dit is geen aanval op die machinisten, maar op de situatie.’

Van Rijnberk ziet nog maar één mogelijkheid: ‘Alle NS’ers en alle andere spoorcollega’s ervan overtuigen dat het twee voor twaalf is en dan, als de politiek blijft weigeren te luisteren, met z’n allen de boel platgooien. Omdat het te gevaarlijk is geworden op het spoor. Zo doen ze dat in België en Frankrijk ook. Maar eerst dus een overtuigingstraject inzetten. Bij het spoor, maar ook richting de politiek. Die mag ook wel eens horen dat NS een nationale schandpaal is geworden, terwijl het bedrijf juist heel goed presteert en de regionale vervoerders dankbaar meeliften op de zeer betrouwbare voorzieningen van NS. Die dreigen nu echter wel verloren te gaan.’